Erno Mijland en Herm Kisjes schrijven en spreken over de mogelijkheden van games in onderwijs, zorg/hulpverlening en opvoeding en gezond omgaan met gamen.

11 oktober 2010

Twee uur schermtijd: leve de wetenschap

Het lijkt soms net een virus. Een universiteit schrijft een lekker bekkend persberichtje over een onderzoek van een van haar medewerkers, de media pikken het en masse op (of van elkaar over) en schrappen de laatste beetje nuance. Wat blijft er over? Een tendentieuze kop en hooguit enkele alineaatjes met een toelichting.

De kop luidt dit keer ongeveer zo: twee uur gamen en televisie vergroot de kans op psychologische schade. En sporten helpt niet om dat te compenseren. Het artikel staat onder andere op de website van The Daily Mail, Nu.nl en Elsevier.

Het is maar goed dat de meeste lezers van dergelijke berichtjes toch wel wat kritische vragen zullen stellen bij wat ze hier te lezen krijgen. Vragen als...

- Gamen en televisie kijken zijn nogal verschillende activiteiten; gaming kent daarnaast enorm veel verschillende verschijningsvormen (bijvoorbeeld van relatief passief tot mentaal uitdagend, van bewegingsarm tot erg actief). Wat deden die Bristolse kids precies en had het type schermtijd invloed op de mate van 'psychische problemen'?
- Hoe 'significant' of ernstig waren de gemelde psychische problemen en gedrag?
- Is er onderzocht of het niet andersom is, namelijk dat kinderen die psychische problemen hebben het scherm vaker opzoeken omdat ze zich dan gemakkelijker terug kunnen trekken uit de kennelijk lastige sociale omgeving?
- Als we even verder kijken, komen we op het CV van dr. Angie Page. Dat laat zien dat onderzoekster Page vooral in de hoek van de gezonde leefstijl zit: fruit, sporten en voorkomen van obesitas, zeg maar de hoek waarin schermtijd een niet al te positief imago heeft. Had dit invloed op de interpretatie van de gegevens?

We hebben behoefte aan wetenschappelijk onderzoek als het gaat om de effecten van schermtijd (televisie, internet, gamen). We hebben ook behoefte aan nuance en aan handvatten om de effecten van media op onze kinderen te kunnen beoordelen op individueel niveau. Berichtgeving zoals hierboven vermeld draagt daar niet aan bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen